|
Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap Reageren? Zie home-page
====================================================== |
|
(Actualiteiten) Fundamentalisme en tolerantieNieuw 14/01/2002
Inleiding Deze twee termen duiken de laatste jaren nogal eens op in diverse discussies. Is dat toevallig? We zullen zien. Het kan nooit genoeg gezegd worden, dat een discussie niet zinvol kan zijn als de gebruikte termen niet zijn gedefinieerd. Vele discussies die bijv. op TV worden gevoerd, worden gekenmerkt door dat gebrek aan besef van wat de gebruikte termen betekenen. Zodat uit deze discussies hoofdzakelijk ergernis en zelden iets zinvols ontstaat. Wat
is fundamentalisme?
In het begin van de 20e eeuw verschenen in de USA een serie boekjes
met als titel “The Fundamentals”, waarin leidende Amerikaanse christenen
beschreven wat de fundamentele waarheden zijn in het christelijk geloof. Zij
deden dit in confrontatie met de toen oprukkende vrijzinnigheid, een
theologische stroming die zijn fundament heeft in het denken van de Verlichting.
De mensen die zich herkenden in deze geschriften – zeg maar de orthodoxe
christenen – noemde men al snel ‘fundamentalisten’, en de stroming
‘fundamentalisme’. Dit was een onjuiste aanduiding, want de uitgang -isme
duidt op een met fanatieke ijver en met gebruik van alle voorhanden zijnde
middelen uitdragen van het eigen gelijk. De Amerikaanse christenen die tot deze
stroming gerekend werden, waren niets anders dan gewone christenen die op
strijdbare, maar geweldloze wijze hun geloof verdedigden tegen de vaak unfaire aanvallen van het
oprukkende libertinisme.
In de hierboven omschreven betekenis van het woord (met
fanatieke ijver en met gebruik van alle voorhanden zijnde middelen uitdragen van
het eigen gelijk) waren dus Hitler, Stalin, Pol
Pot en Mao-Zedong (waarheid komt uit de loop van een geweer) dus echte
fundamentalisten. En ook de extremisten die in naam van de Islam duizenden
onschuldigen in één klap vermoorden, met de bedoeling om de wereld het eigen
gelijk met alle geweld op te dringen, kan men fundamentalisten noemen, evenals
zij die al of niet met een beroep op Bijbel, God of wat dan ook, elkaar de
hersens inslaan in Noord-Ierland en Baskenland. Maar in onze tijd wordt deze
term in hoofdzaak gereserveerd voor mensen met bepaalde religieuze opvattingen,
die de libertijnse meerderheid niet welgevallig zijn. Nu is het met hart en ziel staan op een bepaald (geloofs)fundament niet iets afkeurenswaardigs. Het hangt er maar van af, wat de aard en de inhoud van dat fundament is. Is dat – zoals in het christelijk geloof – de leer van de Vredevorst Jezus, die zijn leerlingen voorging in het liefhebben van mensen tot in de uiterste consequentie, in het dienstbaar zijn aan allen, dan is daartegen weinig in te brengen, lijkt mij. Onze maatschappij kan nog wat extra van deze mentaliteit gebruiken. De christenen in de eerste eeuwen waren werkelijk dienstbaar aan allen: zij verzorgden zieken en stervenden, begroeven armen, hielpen gestrande reizigers voort, ondersteunden de behoeftigen, verleenden gastvrijheid aan allen, en werden daardoor soms ook beduveld. Het deerde hen niet. Waren zij gevaarlijke fundamentalisten? In ieder geval werden zij vervolgd omdat zij aan de afgoderij van hun tijd (de keizer-cultus) niet wensten mee te doen.
Maar het staan op een fundament dat eist dat het eigen gelijk met geweld aan de
wereld moet worden opgedrongen, ja, dat lijkt mij toch wel iets heel anders te
zijn. Het hangt er dus maar vanaf, wat de inhoud is van het fundament waarop we
staan.
Onze cultuur, die principiëel relativistisch is, lijkt dan dus wel het absolute
tegendeel van fundamentalistisch. Laten we ons niet vergissen. Deze
relativistische opvattingen worden in de praktijk beschouwd als een absolute
norm, waartegen niet gezondigd mag worden. Iemand die meent van algemeen
geldende regels uit te kunnen gaan, die zich niet op dit relativistische
fundamentalisme baseren, is al heel snel verdacht. Dat geldt dus ook voor de
christenen, want zij geloven dat de God van Israël, de Schepper van hemel en
aarde, ons mensen de wet stelt en leefregels heeft gegeven die universeel geldig
zijn. Op hen valt dus al snel de verdenking, dat zij deze universele leefregels
– die van Goddelijke oorsprong zijn – met geweld zullen opleggen aan een
maatschappij, waarin zij de macht bezitten. Hierboven is al aangegeven, waarom
dat een onjuiste gedachte is. Tolerantie
Tolerantie in de zin waarin wij deze term hier gebruiken, is volgens het
woordenboek: verdraagzaamheid. Het bedoelt te zeggen: wij verdragen, wij gunnen
het leven in al zijn rijkdom ook aan hen, met wie wij fundamenteel van mening
verschillen. Ook al zijn hun principes de onze niet en staan zij in vele
opzichten lijnrecht tegenover de onze, wij slaan hen niet de hersens in, maar
gaan met hen om zoals met goede buren. Dat houdt dus in, dat wij met hen omgaan
zoals Jezus ons dat heeft voorgedaan. Dat is eigenlijk tolerantie, zoals het zou
moeten zijn.
Maar in een cultuur als de onze, waar de hoogste opvattingen in ons eigen brein
moeten ontstaan (ik denk, dus ik besta), is tolerantie vrijwel gelijk geworden
aan onverschilligheid. Want waar alle opvattingen relatief zijn (ach ja, jij
denkt er zus over, maar ik zo) kan tolerantie moeilijk uitstijgen boven
onverschilligheid. Immers de privé-opvatting van de ander ontstaat in zijn
particuliere brein, en heeft buiten die persoon geen enkele betekenis. Dus waar
zouden we ons druk om maken? Behalve natuurlijk als iemand onze privé-opvattingen
trotseert! Een goed voorbeeld daarvan is de behandeling die verschillende van
onze islamitische landgenoten van hun mede-Nederlanders moesten ondergaan na de
aanslagen in de USA op 11-9-2001. De moslims werden ‘getolereerd’, zolang ze
maar uit ons blikveld bleven, maar dit dunne vernis smolt als sneeuw voor de
zon, toen het er op aan kwam, om de veelgeprezen tolerantie in praktijk te
brengen.
Er is nog een manier waarin tolerantie in onze cultuur wordt opgevat, die steeds
kwalijker trekjes gaat vertonen. Het uiting geven aan het misnoegen over de
levensstijl – of het gebrek daaraan – van andere medeburgers, ook al gebeurt
dat met goed onderbouwde argumentatie, en vanuit een bewogen hart, wordt in
toenemende mate als ‘onverdraagzaamheid’, ja als ‘discriminatie’
ervaren. Velen worden niet graag gewezen op hun werkelijke of vermeende
tekortkomingen. En als je brutaal genoeg bent, tijd en geld genoeg ter
beschikking hebt, dan kun je de rechter voor je karretje spannen. Nu zit er in
deze uitingen van misnoegen een wat eenzijdig trekje. Het kritiseren van een
openlijk homoseksuele levensstijl of uitingen die daarmee gelijkenis vertonen,
leidt vaak tot een gang naar de rechter en niet zelden tot een veroordeling.
Maar het uitschelden en belasteren van christenen kan in ons tolerante,
non-discriminerende land vrijwel straffeloos.
Hier is tolerantie dus omgeslagen in zijn volstrekte tegendeel, nl.: jij moet
tolerant zijn ten opzichte van mijn – desnoods schunnige en aanstootgevende
– levensstijl, maar je moet van mij geen tolerantie verwachten als je
daartegen je mond opendoet.
Ik hoop echt dat de christenen in ons land hun buren en medemensen met hun hele
hart liefhebben (gemakkelijk is dat niet altijd), maar dat ze luid en duidelijk
zullen spreken als Gods goede leefregels met voeten worden getreden en met een
grote mond worden gelasterd, ook als er de kans is dat je een gang naar de
rechter zult moeten maken. Want aan het eind van de rit staan niet de
spraakmakende figuren uit onze cultuur, en ook niet de rechter die je eventueel
veroordeelde, maar de Schepper van hemel en aarde. En het is pas echt vervelend,
als we voor Hem met de mond vol tanden staan! |