|
Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap Reageren? Zie home-page
====================================================== |
(Actualiteiten) Heeft het koninkrijk van David en Salomo echt bestaan? Nieuw 22/02/2000 - laatste wijziging 20/03/2006
Dit artikel bevat twee items, 1. over de ontkenning van het grootse koninkrijk van David/Salomo, geschreven februari 2000, 2. over de opgraving van Davids paleis, geschreven november 2005 In de loop van het jaar 1999 verschenen er berichten in de kranten dat een Israëlische archeoloog, prof. Herzog, aangetoond zou hebben dat het koninkrijk van David en Salomo, waarover de Bijbel ons uitgebreid bericht in de boeken Samuel, Koningen en Kronieken, nooit bestaan zou hebben. Enkele mensen hebben mij opgebeld met de vraag, wat we daarvan nu moeten denken. Is de Bijbel dan niet betrouwbaar op dat punt? Wat moeten we hiermee? Allereerst dit: een archeoloog, die beweert dat zijn en anderer opgravingswerk leidt tot de conclusie dat iets NIET bestaat, geeft zichzelf in mijn ogen een brevet van onbekwaamheid. Alleen al in Israël zijn honderden, misschien duizenden plaatsen, waar nog nooit een spade in de grond is gestoken. Voorzichtige schattingen hebben uitgewezen, dat we met alles wat tot nu toe is opgegraven, geklasseerd, uitgezocht en begrepen, nog slechts een fractie van een procent van alle mogelijke belangrijke materiaal in handen hebben. Daarop de conclusie baseren dat iets niet bestaat, is ronduit onwetenschappelijk. Ten tweede wekt iemand die zulke dingen beweert bij mij de argwaan dat hij nog een andere agenda heeft. Die behoeft niet per sé verborgen te zijn. Prof. Herzog maakt het ons gemakkelijk. Hij heeft een grondige hekel aan de Joodse staat en zijn conflicten met de Arabische naburen. Zoals zovele Israëli's zou hij graag eens in een normaal land leven, waar vrede heerst. Wie zou hem dat willen ontzeggen! Hij heeft herhaaldelijk beweerd, niets te zullen nalaten om de claims die Israël maakt op het grondgebied waar het thans gevestigd is, te bestrijden. Eén van de belangrijkste gronden voor die claims is het feit, dat Israël dat grondgebied door God beloofd is. (Zie daarvoor de pagina Beloofde land). En de geschiedenis van Israël, zoals we die in de genoemde boeken vinden, vertelt ons hoe dat is gegaan. Hoe de stad Jebus door David veroverd is, waarna David er de hoofdstad van zijn rijk van heeft gemaakt. Dat was ± 1000 vC. Daarom wordt dit jaar (2000) ook het 3000-jarig bestaan van Jeruzalem gevierd. Die in de Bijbel vastgelegde geschiedenis van Israël is één van de belangrijkste gronden voor Israëls claims op het 'beloofde land'. Nu is het interpreteren en dateren van archeologische vondsten een hachelijke onderneming. Talrijk zijn de herroepingen, omdateringen en her-omdateringen op dit gebied. Dus om daar je definitieve vertrouwen op te gronden, is even hachelijk. Regelmatig duiken er kritische geluiden op die meestal na verloop van tijd weer geruisloos onderduiken. Laten we het er maar op houden dat zijn vooronderstellingen en vooringenomenheden prof. Herzog iets te veel parten gespeeld hebben. Over dit onderwerp "De historiciteit van David en Salomo" is gepubliceerd door W.M. de Jong in het tijdschrift Bijbel, Geschiedenis en Archeologie, van de gelijknamige werkgroep, in de nummers 1997/3, 1997/4 en 1999/1. Wie er belangstelling voor heeft kan deze nummers aanvragen bij de werkgroep, e-mail adres bga@bga.nl. Indien daar niet meer te leveren, kan contact met mij worden opgenomen. Paleis van koning David opgegraven? (november 2005)
In de New York Times van 5 augustus 2005 verscheen het bericht dat een
Israëlische archeologe, Eilat Mazar, kleindochter van de beroemde archeoloog,
dr. Benjamin Mazar, juist ten noorden van de ‘Stad van David’ fundamenten heeft
blootgelegd van wat het paleis van koning David geweest zou kunnen zijn. Het is
een groot publiek gebouw, in Phoenicische stijl. Uit de
Bijbel weten we dat koning Chiram van Tyrus (het toenmalige Phoenicië, thans Libanon) David assisteerde
bij de bouw van zijn paleis (2 Samuël 5:11); hij stuurde cederhout en werklui,
die het paleis voor David bouwden. De bekende archeologe Kathleen Kenyon vond
vlak bij die plek in 1963 al kapitelen van zuilen in Phoenicische stijl, en
adviseerde om daar eens wat verder te graven. Het heeft een tijd geduurd voordat
die wens in vervulling ging, om verschillende redenen: 1. Geld. De staat Israël is arm en andere opgravingen kosten ook veel geld. Dus is Eilat Mazar gesponsord door een Joodse particuliere instelling. 2. Politieke motieven. De site ligt op een gevoelige plek, in Oost-Jeruzalem. Daarom is er weinig ruchtbaarheid aan het werk gegeven, terwijl het aan de gang was. Elke vondst daar die wijst op Joodse aanwezigheid in het verleden, zal immers controverses oproepen. Dat is intussen al gebeurd. Hani Nur-el-Din, prof. in de archeologie aan de Palestijnse Al-Quds Universiteit in Jeruzalem, ziet het als Israëlische politiek om de Joodse claim op Jeruzalem kracht bij te zetten. “Ze vinden een knoop, en verzinnen er gelijk het hele kostuum bij”, zei hij, “terwijl iedereen weet(???) dat de verhalen rond David pas na de ballingschap zijn ontstaan, en dus tamelijk onwaarschijnlijk zijn”. Het plaatje is afkomstig van webpagina http://www.oldtestamentlectionary.unitingchurch.org.au/Maps/html/Map3CityDavid.htm. Bovenaan is de muur van de huidige(?) 'Oude Stad' van Jeruzalem te zien, met rechtsboven de Tempelberg. In het noorden van de City of David (rechtsboven in het blauwe deel) was het fort van de Jebusieten. Juist ten noorden daarvan bouwde David zijn paleis, op het deel dat Ophel (Ofel in onze vertalingen) wordt genoemd. Later werd dat aan de noordkant uitgebreid met het paleis van Salomo, en aansluitend daaraan werd de tempel gebouwd (rechthoekig plateau op de afbeelding) Maar Mazar vond meer: aardewerk uit de 10e eeuw v.Chr., en er is een koninklijk zegel gevonden uit rond 580 v.Chr. met als inscriptie de naam van Jehukal de zoon van Selemja, een dienaar van koning Sedekia, die in Jeremia 37:3 naar de profeet Jeremia wordt gestuurd met de vraag om voor de koning te bidden. Nu is dat niet het enige zegel uit die tijd dat daar is gevonden. Enkele jaren geleden vond men een koninklijk zegel met daarop de naam van Gemarja, de zoon van Safan (deze Safan was een koninklijk secretaris), die we kennen uit Jeremia 36, in de geschiedenis van het verbranden van de boekrol van Jeremia door koning Jojakim. En ook de al wat langer geleden gedane vondst van een zegelafdruk van Baruch de zoon van Neria, die als Jeremia's secretaris optrad, is in dit verband opmerkelijk. Alle zegelvondsten zijn door bepaalde archeologen afgedaan met de opmerking dat er wel meer mensen met die naam geleefd hebben. Er zijn nu eenmaal mensen, die bij voorkeur alles aan het toeval toeschrijven. Maar twee personen komen in de Bijbel voor als dienaars van de laatste Judese koningen Sedekia.en Jojakim, en de derde als een in die tijd levende schrijver, en dan nu dus als bezitters van een (koninklijke) zegelring. Voor wie niet totaal verblind is door vooroordelen, zijn het verrassende aanwijzingen. Dit alles wijst erop dat hier een historische vondst van betekenis is gedaan, en het duidt er ook op dat dit paleis tot aan de Babylonische ballingschap een belangrijke functie heeft vervuld.
Wat betreft de reacties van de 'deskundigen': Nu kan ons de reactie van een Palestijnse prof. nauwelijks bevreemden. De Palestijnse Autoriteit is bezig om een alternatieve geschiedenis te schrijven voor dat gebied. Daarin wordt een pioniersrol toebedacht aan 'de Arabische stam van de Jebusieten', die Jebus (het latere Jeruzalem) zouden hebben gesticht. Nu is dat al wel heel vreemd, want de Jebusieten behoren volgens Genesis 10:6 tot de nakomelingen van Kanaän, de zoon van Cham, terwijl de Arabieren Semieten zijn. Zo worden bekende gegevens 'verwerkt' tot leugen. En de praktijk heeft hen geleerd, dat als je aperte leugens maar lang genoeg volhoudt, iedereen het wel gaat geloven.... Vreemder lijkt de reactie van Israëlische deskundigen. Dat bleek al uit de opvatting van prof. Herzog (zie bovenaan deze pagina). Maar ook de Israëlische prof. Israël Finkelstein, hoofd van de archeologische faculteit aan de Universiteit van Tel-Aviv, gelooft niet in de vondst. Hij gelooft niet dat er ooit een groot Joods koninkrijk is geweest onder David en Salomo. “Als ze al bestaan hebben, waren het hoogstens lokale stamhoofden, en Jeruzalem was toen niet meer dan een onbetekenend dorpje”, zo meent hij. Het is niet duidelijk, welke archeologische gegevens deze professoren van mening zullen doen veranderen. Moet er “Dit is het paleis van koning David” op de fundamenten gebeiteld staan? Dan wordt ongetwijfeld beweerd dat dat een latere vervalsing is, en de Palestijnen zullen de Israëli’s betichten van leugen en het verzinnen van claims op het land. De inscriptie op de fundamenten van Nebukadnessars paleis in Babylon (Ik, Nebukadnessar) was overtuigend genoeg, en overal wordt dit aanvaard als het bewijs dat dit echt het paleis van deze Babylonische koning betreft. Maar voor een historische persoon uit de Bijbel is niets overtuigend genoeg. Vreemd, niet? Was het niet een predikant, die indertijd van de ark van Noach uitriep: “Al legden ze hem in mijn achtertuintje, ik zou het toch niet geloven!” En ook hier zou de verschijning van koning David in eigen persoon hen niet overtuigen. Want iemand die niet of waarschijnlijk niet bestaan heeft, die kan toch ook niet uit de dood opstaan om hen te overtuigen, nietwaar? Abraham antwoordde op de vraag van de rijke man (in Jezus’ gelijkenis van de arme Lazarus): “Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat” (Lucas 16:20-31). Mozes en de profeten, de ooggetuigen uit het verleden. Velen hebben er kennelijk een persoonlijk belang bij om te geloven, dat de Bijbel een onrealistisch, want religieus boek is, dat dus geen zinnig woord over de geschiedenis kan zeggen. Maar voor iedereen die door zijn geweten niet verplicht wordt om de onrealistische beweringen van deskundigen voor waar aan te nemen, spreken de stenen hier boekdelen.
|